contact button

facebook button

twitter button

 

Foto- en beeldbewerkingstips

Tip 11

Maak eens een heel goede foto van je huisdier

Een aardige opdracht: maak eens een foto van je huisdier. Niet zomaar eentje, maar een hele goeie. Een staatsieportret! Een foto waar je trots op kunt zijn. Eentje die de moeite van het vergroten - en misschien zelfs inlijsten - waard is!

Het maken van een goede foto kost tijd en moeite. Vraag jezelf verschillende dingen af: waar fotografeer je het dier? Binnen heeft het voordeel dat je het dier ook kunt benaderen als het slaapt - zie foto links - en buiten heb je over het algemeen meer licht.

Licht is essentieeel bij het maken van een dergelijke opname. We raden je niet aan om bij dit soort foto’s (direct) te flitsen, omdat het veel van de sfeer uit een foto weghaalt. De sfeer wordt er kouder en harder door.

Belangrijk is ook het instellen van de juiste witblans. Als je geen keuze kunt maken uit de beschikbare instellingen zet je ‘m op de automaat. Buiten kies je voor daglicht, felle zon, bewolkt of zon met schaduw. In .RAW maakt het niet uit welke witbalans je kiest, omdat je later - tijdens de bewerking - de witbalans nog kunt aanpassen. In .jpeg gaat dat minder goed.

Welke programmastand?

Een andere keuze die je moet maken is de programmastand waarop je de camera zet. Voor de gevorderde fotografen is er de M-stand, waarmee je zelf sluitertijd en diafragma beheerst. Wie daar nog niet aan toe is kan het beste de A-stand gebruiken, waarmee het diafragma geregeld wordt, en de sluitertijd automatisch meegetrokken wordt. Vraag jezelf af of je de achtergrond scherp of onscherp wilt hebben. De scherptediepte neemt af bij een groot diafragma (f2,8, 4 of 5,6) en neemt toe bij een kleiner diafragma (f8, 11, 16 of 22). Bij compactcamera’s kunnen andere getallen gehanteerd worden.

Zet de ISO-waarde binnen op 400, buiten bij voldoende licht op 200. Je kunt hierin variëren.

Benader je huisdier zo dicht mogelijk, in ieder geval tot ongeveer twee meter of nog dichterbij. Omdat veel huisdieren niet makkelijk ‘poseren’ zul je gebruik moeten maken van de zoommogelijkheden van je objectief om dichtbij genoeg te komen.

Wacht tot je huisdier rustig in mand of stoel ligt. Een druk bewegende hond of een kat die er geen zin in heeft levert teleurstellende beelden op.

Kies ten slotte ook eens voor een origineel standpunt. Katten zijn eigenzinnige beesten. Breng ze dan ook eens eigenzinnig in beeld. Verdiep je in (het karakter van) je huisdier en breng het zo karakteristiek mogelijk in beeld. Zoals op de foto links.Cats rule! Veel geduld en fotoplezier gewenst!

 

 

 

 

 

 

 

 

Tip 12

Fotografeer in de hoogste resolutie

De bovenste foto is gemaakt op een hoge resolutie. Een detail van die foto is hieronder in de laagste resolutie afgebeeld. Daarop is te zien dat de kwaliteit van de foto in alle opzichten veel slechter is.

Wie serieus met fotografie bezig is maakt opnamen in de hoogste resolutie. Wil je naderhand je foto in een beeldbewerkingsprogramma nog kunnen bewerken of manipuleren, is het verstandig om in RAW of Tiff te fotograferen, formaten die door veel – maar niet alle – camera's worden ondersteund.

De keuze voor de resolutie heeft consequenties. Grote bestanden, opgenomen in de hoogste resolutie, nemen veel ruimte in op de geheugenkaart. Kleine bestanden, opgenomen in de laagste resolutie, veel minder. Met een 6.3 Mb spiegelreflexcamera is op een geheugenkaart van 512 Megabyte in de hoogste jpg-resolutie al plaats voor ruim 150 opnamen. De serieuze vrijetijdsfotograaf die gaat voor de hoogste kwaliteit, kan met een 1 Gigabyte geheugenkaart royaal uit de voeten.

De meeste digitale fotocamera’s slaan hun beelden (foto’s) op als Jpg (of Jpeg) -bestanden. Andere bestanden zijn Tiff en RAW.

Hoogste resolutie voor afdrukken

Jpg-bestanden worden in de camera op een geheugenkaart vastgelegd, waarbij u kunt kiezen uit verschillende formaten – lees: kwaliteiten, ofwel: resoluties. De hoogste resolutie, in de meeste camera's met Hi, high of fine aangeduid, levert foto's op die veel informatie bevatten, en veel ruimte op je geheugenkaart innemen. In deze hoogste resolutie maak je foto's die je zonder kwaliteitsverlies kunt laten afdrukken tot ongeveer A-4 formaat, afhankelijk van de kwaliteit van de camera. Dat wordt een ander verhaal wanneer je de opnamen maakt in bijvoorbeeld de Basic-resolutie, de laagste die de meeste camera's kennen. Foto's in deze resolutie gemaakt, zijn nauwelijks geschikt om er afdrukken van te maken, hoogstens in het kleinste 10 x 15 formaat. Ze kunnen wel gebruikt worden op een website, of om per e-mail te verzenden.

Nog een keer kort samengevat:

  • Hoe lager de resolutie, hoe minder informatie er in het bestand staat (bijvoorbeeld Basic), hoe meer de foto gecomprimeerd wordt, en hoe meer kwaliteitsverlies er optreedt;
  • hoe hoger de resolutie (bijvoorbeeld jpg Hi, Tiff of RAW) hoe groter het bestand, hoe minder de foto gecomprimeerd wordt, en hoe kleiner het kwaliteitsverlies.
  • Ten slotte: vergis je niet. De sensor van een compactcamera is kleiner dan die van een spiegelreflexcamera. Daarom heeft de sensor van een SLR-camera van bijvoorbeeld 10.2 Mb altijd veel meer pixels (en meer kwaliteit) dan een 10.2 Mb sensor van een compactcamera!

 

Tip 13

Een scheve horizon recht zetten

Het overkomt iedereen wel eens. Je maakt een foto, en thuis op het computerscherm merk je dat de horizon scheef staat. Niets storender dan dat, vooral wanneer de ‘afwijking’ maar klein is.

Gelukkig heb je de mogelijkheid om een foto weer recht te zetten. Photoshop heeft daar al vele versies een gereedschap voor, dat in het Gereedschapspalet terug te vinden is. Het is de Meetlat (Ruler Tool) die je vindt onder het gereedschap Pipet (Eyedropper Tool).

Canvas roteren

Open de foto waarvan de horizon scheef staat. Ga naar het gereedschap Meetlat. Klik het aan, en trek nu van links naar rechts over de foto (met de linker muisknop ingedrukt) een lijn vlak boven de horizon, die overeenkomt met de hellingsgraad in de horizon. Laat de muisknop los, en ga naar het Menu Afbeelding >> Canvas roteren (Image >> Rotate canvas). Klik op Instelbaar (Arbitrary). U ziet nu dat het venster Canvas roteren de hellingsgraad van de foto aangeeft, bijvoorbeeld 2,69. De opties CW en CCW staan voor Clockwise en Counter Clockwise, ofwel met de wijzers van de klok mee, of er tegenin.

Als je nu op OK drukt, zie je dat de foto recht wordt gezet. Bepaal voor jezelf door goed naar de horizon te kijken of het beeld nu mooi recht staat, of dat je de hellingsgraad moet verhogen of verlagen. Ga in dat geval weer terug met Stap terug (onder Menu Edit) of met het tabblad Historie (History), zie Menu Venster.

Hierna moet je met het Uitsnijgereedschap (Crop Tool) de foto uitsnijden. Selecteer dit gereedschap in het Gereedschapspalet en hou de linker muisknop ingedrukt wanneer je een kader over de foto heen trekt. Doe dat zo dat je alleen de foto binnen het kader krijgt, en niet de randen die er buiten vallen. Je kunt de horizontale en verticale randen van het geselecteerde kader nog verschuiven todat je exact alleen de foto in beeld hebt. Duidelijk wordt op die manier, dat je iets van de foto verliest. Hoe schuiner de horizon, hoe groter het verlies. Met de rechter muisknop ingedrukt op het actieve kader kies je voor Uitsnijden (Crop). Je gecorrigeerde foto is nu klaar.

Tip 14

Zorg voor doortekening in je foto's

In beeldbewerkings programma's zoals Photoshop is een scheve horizon (foto boven) makkelijk recht te zetten. Overigens zijn er op onderstaande foto nog enkele dingen veranderd...

Wie foto’s maakt moet er van doordrongen zijn dat verkeerde belichting er toe leidt dat er in de donkerste partijen (het zwartste zwart) - en de lichtste – (het witste wit) geen informatie meer zit. Geen doortekening. Sneeuw is wit, maar zal in goed belichte foto's toch enige doortekening - structuren en patronen - te zien geven. Hetzelfde geldt voor donkere partijen. Niet-doortekende lichte of donkere partijen zijn bijna altijd verkeerd belicht. In de nabewerking is daar meestal niets aan te doen, zonder dat zichtbaar wordt dat de foto gemanipuleerd is.

In veel programmastanden bepaalt de camera hoe de foto wordt belicht. Dat gebeurt op basis van de meetresultaten van de belichtingsmeter en de ingestelde belichtingsmethode, zoals integraalmeting, spotmeting, en dergelijke. De camera gaat daarbij uit van een gemiddelde belichting (18% ofwel middengrijs). Heel veel foto’s die je maakt worden op basis van deze geijkte waarde goed belicht. Lichtsituaties die echter afwijken van dit gemiddelde, die dus lichter of donkerder zijn, worden niet goed belicht. Bij heel lichte of heel donkere situaties gaat de belichtingsmeter van de camera corrigeren naar middengrijs, hoewel dat meestal niet de bedoeling is. Met behulp van het Histogram in uw camera kun je goed bekijken hoe de belichting is geworden. Zie ook tip 21.

Maak veel opnamen…

En natuurlijk raden we aan om in moeilijke lichtsituaties verschillende opnamen te maken. Je werkt ten slotte digitaal – wat niet goed is, gooi je weg. Echter niet zonder eerst te kijken waarom de betreffende opname ‘mislukt’ was. Thuis, op de computer - niet op het beeldschermpje van je camera...

Tip 15

Belicht met het Histogram in de camera

In het Histogram kun je heel goed zien hoe je de donkerste partijen (ondoortekend zwart) en de lichtste partijen (ondoortekend wit) hebt belicht. Uit het bovenste Histogram is duidelijk af te lezen dat de donkere partijen in de foto erboven zijn oververtegenwoordigd. Alle andere partijen zijn slechts minimaal in de foto aanwezig. Het streepje uiterst rechts in de Histogram vertegenwoordigt de lichte partij in het beeld - de punt van de tweede teen van rechts...

Het Histogram in deze foto toont precies hoe de foto is opgebouwd uit lichte en donkere partijen. Lichte partijen zitten er nauwelijks in deze foto, terwijl donkergrijs en middengrijs wel goed vertegenwoordigd zijn. 

Een van de grote voordelen van de digitale camera boven dat goeie ouwe analoge fototoestel is het Histogram. Een fantastisch hulpmiddel dat je kan behoeden voor verkeerd belichte opnamen. Kijk eens in de Gebruiksaanwijzing van je camera hoe je het Histogram kunt oproepen.

Het Histogram laat van links naar rechts in een 'belichtingsschaal' de intensiteit zien van de zwarte partijen (schaduwen), het middengrijs en de lichtste partijen (de hoge lichten). Pieken in de Histogram geven aan welke partijen het meest intensief belicht zijn, dalen tonen de zwakst belichte partijen.

In het Histogram kun je na het maken van de opname zien of bijvoorbeeld een wit gepleisterde muur van een kerkje wel goed belicht is. Je kunt dat niet alleen in de belichtingsschaal zien, maar ook doordat in de Histogram in de camera de overbelichte partijen oplichten. Wanneer de pieken boven en onder de beeldgrenzen van de Histogram uitkomen, is er sprake van 'clipping' ofwel (forse) respectievelijk over- of onderbelichting.

Histogram steeds belangrijker

Het Histogram is een gebruikersoptie in zowel veruit de meeste digitale camera’s, als ook in heel veel beeldbewerkingsprogramma’s. In de camera rukt het belang van het Histogram steeds verder op. Je kunt ook in de Histogram de weergave van de drie primaire kleuren aflezen - tot voor kort werden alleen de partijen in de toonschaal van zwart tot wit weergegeven. Ook tonen recente camera’s het Histogram al vóór het maken van de opname. Dat is technisch prachtig, maar het is niet de bedoeling dat het Histogram gaat bepalen wat qua belichting en dekking een goede foto is. Het is een middel, geen doel op zich...

 

Zie ook Tip 22: genuanceerd belichten.

 

 

 

 

 

Tip 16

Kijk eens met andere ogen...

 

Je kunt nog zo’n dure camera op je buik hebben hangen, als je ‘het’ niet ziet, of er te weinig moeite voor doet, bereik je nooit een goed niveau.

Beter kijken kun je onder meer bereiken door eens een tijdje te doen wat in het laatste deel van tip 5 staat. Maak eens een aantal foto’s waar niets herkenbaars op staat. Laat je leiden door vormen en lijnen, structuren, patronen, kleuren. Het is niet belangrijk wat het voorstelt, als het beeld maar interessant is, op een of andere manier. Zo word je gedwongen om goed te kijken...

Vertaal de werkelijkheid

Een andere manier van goed leren kijken, is om bijvoorbeeld op straat de alledaagse werkelijkheid te vertalen in vormen, lijnen, structuren, patronen, lichte of donkere partijen. Die werkelijkheid kun je min of meer geabstraheerd van die werkelijkheid (door standpunt, verlichting, etc.) in beeld brengen. Wat er dan overblijft is de essentie.

Daar is een combinatie van drie zaken voor nodig: de combinatie van kijken (je moet het zien), fotografisch kunnen denken (je moet een idee hebben hoe je de essentie ontdoet van de alledaagsigheid), en technische vaardigheid. Wat dat laatste betreft: daarom is de beheersing van de techniek van de camera zo belangrijk.

Dit soort beelden kun jij ook maken...

Voor degenen die dit alles wel erg zwaar en serieus vinden en liever uit de losse pols willen fotograferen, een enorme troost: de drie beelden links zijn in Drenthe gemaakt, de situaties bestaan nog, dus ook jij kunt dit soort beelden maken, iedere dag. Je moet er alleen naar op zoek zijn. Succes ermee.

Tip 17

De onbewuste kijkrichting...

 

Bij het maken van foto’s, vooral landschapsfoto’s, moet je je realiseren dat wij in onze 'westerse' wereld gewend zijn om van links naar rechts te kijken, en van linksboven naar rechtsonder. Zo lezen wij boeken, en bekijken wij beelden.

In Arabische landen is die kijkrichting precies andersom, van rechtsonder naar linksboven. Het is een onbewuste manier van kijken, waarmee we aan beelden ook een bepaalde waardering toekennen. Zo sluit een persoon die links in beeld staat, en van links naar rechts uit beeld kijkt, meer aan bij deze gevoels- matige verwachting dan iemand die van rechts naar links uit beeld kijkt. Het is goed om daar tijdens het maken van beelden rekening mee te houden. En realiseer je dat je met het afwijken van deze regel – als je dat wilt – extra spanning kunt oproepen.

Het ‘klopt’ niet...

Het gaat hier om minimale, onbewuste waarnemingen. Toch zie je onmiddellijk dat de foto hiernaast ‘niet klopt’. Ten eerste staat de man helemaal verkeerd in beeld. Hij kijkt naar links, en zou gevoelsmatig rechts in beeld moeten staan. Of hij zou op deze plaats kunnen blijven staan, maar dan naar rechts uit beeld moeten kijken. Dan ‘klopt’ het gevoelsmatig wél.

De andere foto’s bij deze tip zijn heel duidelijk zo genomen dat ze passen bij de voor ons gebruikelijke kijkrichting: van links(boven) naar rechts(onder).

Maak eens wat foto’s die tegen de gebruikelijke kijkrichting ingaan, en - van dezelfde situatie - foto’s die wél kloppen. Veel plezier.

Tip 18

Breng niet te veel tegelijk in beeld

De essentie in beeld. De punt van het blad wijst naar het kaartje, dat door het wit het meest de aandacht trekt in de foto.

Het is een veelvoorkomende fout: veel vrijetijdsfotografen brengen te veel tegelijk in beeld. Het bekendste voorbeeld is de foto van vakantiegangers die poseren op een brug. De achtergrond wordt gevormd door een prachtig, bergachtig landschap. Onder de twee personen op de brug stroomt een rivier die tussen de twee bergen in de verte verdwijnt...

Een mooie vakantiefoto. Alleen is niet duidelijk waar het hier om gaat: om de personen op de brug, of om het prachtige landschap achter hen. De twee personen zijn ten voeten uit gefotografeerd, en ook is nog een flink deel van de weg over het viaduct in beeld gekomen. In zo’n geval zou je je kunnen afvragen waar het nu om gaat in zo’n foto. Om de twee personen, of om het landschap. Als het om het landschap gaat, hebben die mensen in het midden (!) op de brug geen functie. Als het om de mensen gaat, is een portretfoto van ongeveer anderhalve meter afstand een goed idee, met het landschap onscherp op de achtergrond...

Wees duidelijk

Vaak willen vrijetijdsfotografen te veel tegelijk in beeld brengen. Dan bestaat de foto uit een mix van onderwerpen, die bovendien allemaal scherp in beeld zijn gebracht. Je weet dan letterlijk niet waar je kijken moet. Bekijk kritisch welke elementen je persé in beeld wilt brengen, en welke je kunt missen. Probeer zo duidelijk mogelijk te zijn. Niet zelden wint de foto aan kracht wanneer je je tot de essentie beperkt, en al het andere weglaat.

Wat is het hoofdonderwerp?

Vraag jezelf af wat het hoofdonderwerp in de foto is. Je kunt dat op verschillende manieren duidelijk maken: door het hoofd- onderwerp in het licht te zetten, en de rest in de schaduw of een donker deel van het beeld. Ongeveer hetzelfde kun je bereiken door met scherpte en onscherpte te werken, zoals goed op de foto links te zien is.

Ook hier geldt: wees niet zuinig met het maken van foto’s. Als je geen keuzes kunt maken begin je met een zo leeg mogelijk beeld, en plaats je steeds meer elementen in beeld. Je kunt dan thuis nog eens rustig kijken welke foto je het meest aanspreekt.

Tip19

Een grijsverloopfilter, dat overigens in diverse verloopsoorten te koop is. Werkelijke afmetingen: 8 x 10 cm.

Een grijsverloopfilter helpt tegen keihard licht

Fotografeer je wel eens tegen de zon in? Als het antwoord daar ‘ja’ op is, willen we je graag waarschuwen. De sensor van je toestel kan daar niet tegen, en zal daar enrstige schade van oplopen. Als je tenminste recht tegen de felle zon in fotografeert. Het is bovendien niet goed voor je ogen...

Een ander verhaal is het fotograferen tegen het licht in. Dat mag best, en de foto’s zullen er spannender door worden, met mooie weegave van structuren en patronen. Nu is tegen het licht in fotograferen niet makkelijk. Wie echt perse vol tegen het licht - de zon - in wil fotograferen, kan er het beste ‘onderdoor’ richten.

Het gaat in deze tip over licht en de hardheid ervan. Digitale camera’s kunnen daar minder goed tegen dan de oude analoge toestellen. Het contrastbereik van digitale camera’s is nu eenmaal (nog) minder.

Geen informatie meer in hooglichten

Soms is het licht ook te hard, als je helemaal niet recht tegen het licht in fotografeert, maar er iets naast richt. Dan krijg je foto’s zoals hiernaast afgebeeld. Het licht, hoewel enigszins getemperd door de wolken, schijnt keihard op het landschap, en daar kan je als digitaal fotograaf bijna niets mee In die lichte partijen ziet geen digitale informatie, dus er valt ook in de nabewerking niets te herstellen. Hoogstens met klonen, maar dat wordt een heel werk, en de bewerking zal waarschijnlijk zichtbaar blijven.

Hoe moet je een dergelijke foto nemen? Soms zijn de omstandigheden gewoon niet goed en dan is het zaak om dat te accepteren, en eventueel een andere keer terug te komen, onder betere omstandigheden.

Grijsverloopfilter houdt felste licht voldoende tegen Een beter resultaat - onder dezelfde omstandigheden - krijg je als je een zogenaamd grijsverloop filter gebruikt. Dat is een vierkant stuk doorzichtig plastic, dat in een houder voor het objectief wordt geplaatst. De bovenkant van het plastic is van een donkere coationg voorzien, die op de helft van het vlak verloopt naar totaal doorzichtig. De coating houdt dat deel van het fel verlichte beeld tegen, en de onderkant van het beeld wordt normaal belicht.

Op de bovenste foto links zie je de opname die zonder filter is gemaakt. Iso 250, diafragma f8, sluitertijd 1/250, met de EV op 0,66 (onderbelicht om de felle overbelichting in het beeld enigszins op te vangen). De foto is verder in de nabewerking niet gecorrigeerd, omdat dat zinloos is.

De foto daaronder is genomen een grijsverloopfilter (Cokin P 121 S) met dezelfde instellingen, zonder EV correctie, en nog steeds zonder nabewerking. De foto daaronder is wel bewerkt, waarbij vooral de functie Schaduwen/Hooglichten nuttige diensten bewees.

 

 

 

 

 

Tip 20

Zorg dat je objecten niet aan elkaar 'plakken', maar geef je foto extra diepte...

 

Breng eens wat extra diepte in je foto. Dat kan soms erg makkelijk zijn. Zoals je weet heb je in de fotografie te maken met twee dimensies, en niet met drie, zoals in het dagelijks leven. Daardoor ontstaan ‘platte’ beelden, waarbij het lijkt of objecten, die soms vele meters van elkaar af staan, aan elkaar geplakt zijn.

‘Plakken’ in een foto is niet altijd te voorkomen. Zoals je ziet op de foto hiernaast, plakken de onderste bladeren van de boom tegen de bovenkant van het bos van de bosrand aan. Ook door heel diep door de knieen te gaan, was dat in dit beeld niet te voorkomen.

Los van elkaar

Zet je objecten los van elkaar...Bij sommige foto’s kan dat wel. De foto’s van de boom in bloesem zijn daar een duidelijk voorbeeld van. De boom op de eerste foto plakt op verschillende plaatsen tegen de achtergrond. Als je hier even van standpunt verandert, komt de boom ineens vrij te staan, en wordt zelfs het boompje zichtbaar rechts ‘onder’ de boom. Zo win je dus op verschillende plaatsen aan’diepte.

Over diepte in de fotografie maakten we enkele filmpjes: Kijk op YouTube op deze link

Zie ook Tip 30.

Powered by CouchCMS