contact button

facebook button

twitter button

Foto- en beeldbewerkingstips

Tip 21

Sneeuwlandschap: over- of onderbelichten?

Bovenste beeld is onderbelicht, onderste beeld overbelicht en in deze omstandigheden dus goed belicht

Een mooie tip voor in de winter: Hoe komt het toch dat winterfoto’s vaak zo grijs uitvallen? Daarvoor is moet u weten dat de belichtingsmeter een sneeuwlandschap ‘leest’ als een beeld waarin een enorme hoeveelheid licht zit - zeker vergeleken met het gemiddelde beeld, waarin zowel lichte als donkere partijen te zien zijn. Als reactie daarop gaat de belichtingsmeter het diafragma ‘dichtknijpen’, onderbelichten, en het resultaat is dus een onderbelicht, grijsachtig sneeuwlandschap. Zie ook Tip 14. Bij sneeuwopnamen moet je dus – anders dan je zou verwachten – overbelichten.

Verschil tussen egaal en zonverlicht landschap

We maken hier onderscheid tussen een egaal belicht en een zonverlicht sneeuwlandschap. Een sneeuwlandschap waar de zon op schijnt levert dus automatisch nog meer reactie van de belichtingsmeter op. U zou dus nog iets meer moeten overbelichten. Hoeveel is moeilijk te zeggen, maar als indicatie geven we 1 tot 2 diafragmastops aan. Maak verschillende opnamen, en gebruik als het even kan het Histogram in de camera. Zie ook Tip 15. Probeer uitgebleekte - overbelichte - delen in de foto te voorkomen, omdat die later in de beeldbewerking bijna niet meer te corrigeren zijn.

Andersom moet bij een opname van bijvoorbeeld een donkere straat onderbelicht worden, omdat de belichtings- meter het tafereel anders veel te licht maakt. Hoeveel je moet over- of onderbelichten in dit soort situaties is moeilijk te zeggen.

Tip 22

EV: een mooie functie om genuanceerd te belichten

Boven: de EV-functietoets bevindt zich op de meeste camera's direct 'onder' de ontspanknop. Druk de toest in, en draai met een van de instelwieltjes op uw camera naar links of rechts. In de display kunt u zien of u overbelicht (+) of onderbelicht (-). De mate van over- of onderbelichting verloopt meestal in stops van 0,3 of 0,5.

Onder: een moeilijke belichtingssituatie. Een terrasje, waarvan een deel (links) in de schaduw van de bomen, en de rechter helft van het tafereeltje krijgt de volle zon. Bij een automatische belichting zullen de witte partijen (kopjes, scholteltjes en witte kledingstukken) zeker overbelicht zijn.

Veel camera's beschikken erover: de EV-functie. EV staat voor Exposure Value, vrij vertaald: belichtingscorrectie. Het is een functie waarmee je genuanceerd kunt belichten. Je kunt er kleine correcties mee aanbrengen.

Stel je voor: je fotografeert een terras waar mensen zitten. Het weer is kennelijk goed, want de meeste mensen zijn 's zomers gekleed. De zon schijnt en de kopjes op tafel worden fel verlicht. Te fel, net zoals die twee mensen met een wit T-shirt aan. Het Histogram in de camera toont genadeloos aan dat die zaken overbelicht zijn. Toegegeven, niet elke foto hoeft perfect te zijn qua belichting, maar dit stoort toch wel. Wat nu te doen? In plaats van je belichting helemaal opnieuw in te stellen, kun je nu simpel de EV-toets indrukken, en een of twee waardes verlagen, bijvoorbeeld 0,3 of 0,7. Foto maken, opnieuw bekijken, en vaststellen of deze lichte onderbelichting voldeed. In de meeste gevallen zul je hieraan genoeg hebben.

Het moeilijke punt doet zich echter voor dat als je iets over- of onderbelicht, dat voor de hele foto geldt, dus hier óók voor de donkere partijen links op de foto. Valt de óverbelichting mee, laat de foto dan om deze reden zoals die is...

Het is ook mogelijk de EV-functie wat forser in te zetten. Soms zul je bij weersomstandigheden fotograferen die donkerder beelden tonen dan je verwacht had. In dat geval kun je de EV-functie ook in de + gebruiken, bijvoorbeeld 0.3, 0.7, 1.0 of meer. De meeste camera's beschikken over een EV-functie van 0 tot -5.0 en van 0 tot +5.0, en gaan in stappen van ½ of 1/3 stop.

Let op, want de toepassing van EV beinvloedt je scherptediepte en kan de kans op bewegingsonscherpte vergroten, vooral wanneer je de belichtingstijd verlengt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tip 23

AE Lock handig voor vergrendeling belichting

In de praktijk: doe een lichtmeting op je onderwerp van dichtbij op de belichtingsstand P, S, of A, (houd de ontspanner half ingedrukt), druk de AE-lock in, en houd die ingedrukt. Laat de ontspanner los, maar de AE-lock niet! Ga nu naar de oorspronkelijke positie terug en neem de foto, met AE-lock nog steeds ingedrukt

Op veel camera’s zit een heel handige knop, die helaas maar weinig gebruikt wordt: AE-L. Dat staat voor Auto Exposure Lock en nu weet je nog niks. Misschien dat de afkorting er wel schuld aan heeft dat zo weinig mensen die functie gebruiken…

Lees voor AE-L: Auto Exposure Lock, ofwel vergrendeling voor automatische belichting. Zo lang je deze knop ingedrukt houdt, blijft de camera de gemeten belichting vasthouden. Nu is de vraag: wanneer gebruik je deze knop? Wanneer je onderwerp zich bij het maken van de foto niet in het meetgebied bevindt! De belichting wordt dan namelijk gebaseerd op de lichtomstandigheden in de achtergrond, waardoor je hoofdonderwerp onder- of overbelicht wordt. Daarvoor gebruik je de vergrendeling van de automatische belichting. Denk eraan: AE-L werkt niet in de M(anual) stand, en ook niet bij matrixmeting, omdat dit meetsysteem al aan het AF-systeem is gekoppeld. Matrixmeting corrigeert onderwerpen die zich niet in het midden bevinden, automatisch. Als je de AE-vergrendeling zou gebruiken, zou de matrixmeting zorgen voor belichting van het verkeerde deel van het onderwerp.

Handig bij maken panoramafoto’s

Als je de AE-Lock knop ingedrukt houdt, wordt overigens ook de witbalans vastgezet. Dat is mooi bij het maken van bijvoorbeeld panoramafoto's. Omdat de belichting en witbalans van de deelbeelden exact hetzelfde zijn, vermijd je op deze manier hinderlijke "naden" in de panoramafoto.

Sommige camera's bieden ook de mogelijkheid de scherpstelling én de belichting tegelijk vast te zetten met de instelling AF/AE-vergrendeling. Zo kun je zelf inschakelen hoe lang de belichtingsvergrendeling werkt. Meestal blijft de belichting vergrendeld tot deze knop opnieuw wordt ingedrukt, of tot je een nieuwe foto maakt.

Tip 24

Op zoek naar een (nieuwe) camera?

 

Het heeft al heel wat vrijetijdsfotografen tot een zekere staat van wanhoop gedreven. U wilt een (andere) camera, maar welke moet u kiezen? Het is een begrijpelijke wanhoop, want er zijn vele tientallen cameramerken en -types te koop, die allemaal in meer of mindere mate ‘goed’ zijn. Dat is plezierig, want slechte camera’s worden niet meer gemaakt, maar de keuze is door al dat goede aanbod wel moeilijker geworden...

Wanneer u voor een (andere) camera kiest, kunt u zichzelf het best enkele vragen stellen. Zoals: waar ga ik de camera voor gebruiken? Daarover hieronder meer. Maar eerst staan we even stil bij het verschil tussen compactcamera’s en spiegelreflexcamera’s:

Compact versus spiegelreflex

In een kwalitatieve vergelijking zal de compactcamera het op veel punten verliezen van de spiegelreflexcamera (SLR).

  • De sensor van de compactcamera is kleiner, en de kwaliteit is minder
  • Sommige (goedkopere) compactcamera’s hebben last van een ‘ontspanvertraging’
  • De kwaliteit van ‘het glas’ (de lens) van een compactcamera is minder. Er zijn geen mogelijkheden voor een verwisselbaar objectief
  • Compactcamera’s hebben over het algemeen minder instelmogelijkheden dan SLR’s
  • De mogelijkheden van de interne flitser van de compactcamera zijn erg beperkt
  • Het instellen van een kleine scherptedieptezone is bij compactcamera’s bijna niet mogelijk. Dit ‘nadeel’ kan een voordeel zijn, bijvoorbeeld bij het maken van landschapsfoto’s.*
  • Al boven 200 ISO treedt bij veel compactcamera’s beeldruis op (de 'korrel' bij vroegere, analoge camera's).
  • Het LCD-scherm van compactcamera’s is vaak te klein
  • De zoeker van een compactcamera legt het qua helderheid, kadering en scherpstelling af tegen een SLR.
  • Een sterk punt van diverse compactcamera’s is de mogelijkheid om te zoomen. Ook zijn er goed macrofoto’s mee te maken. Een groot nadeel daarbij is dat compacts niet de mogelijkheid hebben om handmatig scherp te stellen, en de camera dus uitmaakt wat scherp wordt, en wat niet...

 

Beginnen met compactcamera...

Bent u beginnend fotograaf, dus heeft u nog weinig of geen ervaring? Dan is er niks mis mee om met een goede compactcamera te beginnen. Koop dan niet het goedkoopste dat er is, want dat zijn meestal camera’s waar u nauwelijks invloed op kunt uitoefenen.

...of toch direct Spiegelreflex?

Hoe fanatiek bent u? Als u echt veel met fotografie bezig bent, zowel in zomer als winter, is goede apparatuur sterk aan te bevelen. Dat kan zowel compact als SLR zijn, maar SLR biedt meer mogelijkheden, en is kwalitatief uiteindelijk toch veel beter, vooral als er wat grotere afdrukken worden gemaakt. 
 

Wel eens gedacht aan een systeemcamera?

De afgelopen jaren zijn steeds meer bekende merken systeemcamera's gaan maken. Die hebben het enorme gemak van een kleinere massa ten opzichte van SLR-camera's, wat veel gemak geeft, bijvoorbeeld als u met vakantie gaat. Een systeemcamera heeft geen spiegelsysteem, en kleinere sensor dan SLR-camera's (maar een grotere dan in compactcamera's).

Op systeemcamera's kunnen verschillende objectieven gezet worden, en die nemen veel makkelijker mee, want ze zijn een stuk kleiner dan reflex-objectieven. Omdat de spiegel ontbreekt, is de sluiter veel stiller. Met een systeemcamera val je ook daardoor minder op, wat een voordeel kan zijn bij bijvoorbeeld straatfotografie.
Het kan even wennen zijn dat bij systeemcamera's de optische zoeker ontbreekt. Je kijkt op het (in de meeste gevallen uitklapbare) LCD-scherm of door de electronische zoeker. Op steeds meer systeemcamera's vind je een touchscreen-functie, en de mogelijkheid om je foto's on-line te verzenden naar social media of je mailbox.

Veel systeemcamera's kunnen verschillende formaten aan, zoals 4:3, 16:9 en 3:2. Fotograferen in RAW is geen enkel probleem, en natuurlijk kunnen veel systeemcamera's ook filmen. Steeds meer gebruikers slaan de stap van de compactcamera over, en gaan direct voor "systeem".

 

Vakantiefoto’s

Vervolgens: wat voor onderwerpen wilt u fotograferen? Landschap? Portret? Sport, of alleen vakantiewerk en verjaardagen? Het ligt er voor ieder onderwerp aan hoe fanatiek u bent. Je hebt vakantiefoto’s en vakantiefoto’s. Bent u de herinneringsfotograaf, die na de vakantie de camera weer in de kast doet? Kies dan een makkelijke camera, die veel voor u doet, en waarbij u zich niet over ‘instellingen’ hoeft te buigen.

Bent u een serieuze vakantiefotograaf, die ruim de tijd neemt om te fotograferen, en van die foto’s zowel tijdens de vakantie als daarna ‘werk’ maakt, dan is een goede spiegelreflex een aanrader. Met een geschikte groothoeklens, en misschien een kleine telelens. 18 mm tot 135 mm is een mooi bereik.

Landschap

Niet alleen papier is geduldig, landschap ook. Het is het meest gefotografeerde onderwerp. Een stap naar buiten, en u bent er. Doordat compactcamera’s van zichzelf een grote scherptediepte hebben, zijn die erg geschikt voor het maken van dit soort foto’s. Maar wilt u er groot mee afdrukken, is een SLR wel aan te bevelen. Met een mooie groothoeklens, bijvoorbeeld een objectief met een 18 mm brandpuntsafstand, is het toestel in staat mooie opnamen te maken. Houd wel rekening met de cropfactor van 1,6 bij sensoren die geen fullframe zijn, waardoor uw 18 mm eigenlijk een 24 mm is, dus iets minder groothoek dan u denkt. Wilt u kwaliteit? Koop dan een goed groothoekobjectief, zonder tonvormige vertekening (een kromme horizon) en chromatische aberratie (kleurvertekening).

Macro

Fotografeert u graag bloemen of insecten? Overweeg dan een compactcamera, tenzij u er echt werk van wilt maken, en later flinke afdrukken wilt kunnen maken, dan komt SLR om de hoek kijken. Met een macro-objectief dat in diverse brandpuntsafstanden te koop is, kunt u erg mooie beelden maken. Sommige macro-objectieven zijn ook erg geschikt als portretlens...

 

Portret

Veel mensen vinden het maken van portretfoto’s interessant. Maar hoe doe je dat nou? Met een objectief met een brandpuntsafstand van ongeveer 80 mm. Hoewel de keuze voor een SLR hier vrijwel altijd het beste is, zijn diverse merken compactcamera’s druk bezig met speciale opties voor portretfotografie. Sommige camera’s beschikken al over gezichtdetectie, een optie waardoor de camera zich na het indrukken van een speciale knop, automatisch scherp stelt op de gezichten van de te fotograferen personen. De camera stelt dus niet scherp op details die andere camera's ‘in verwarring kunnen brengen’.

Sport

Hier moet de vraag direct luiden: wat voor sport? Bij bewegingssporten worden natuurlijk heel andere eisen aan de camera gesteld dan bij denksporten. Een bewegingssport vraagt om een snelle camera die minimaal vijf beelden per seconde moet kunnen verwerken. Belangrijk is ook een goed teleobjectief. Een brandpuntsafstand van 200 mm is voor zaalsporten een minimumvereiste. Voor veldsporten zoals voetbal is een 300 mm objectief of meer een absolute noodzaak. Als u tenminste serieus wilt fotograferen, en goed werk wilt maken.

Architectuur

Het fotograferen van gebouwen en architectonisch interessante (buiten)objecten vraagt om een groothoekobjectief. En misschien een zoomobjectieef, waarmee u op details in kunt zoomen. U zult te maken krijgen met vertekening van de beelden, die alleen met een zogenaamde technische camera correct kunnen worden weergegeven.

Grotere afdrukken? Hogere eisen aan de camera!

U moet hogere eisen aan de camera stellen als u foto’s wilt laten afdrukken, dan wanneer u ze uitsluitend gebruikt voor mailverkeer en gebruik op een website. En die eisen worden nog hoger wanneer u gróte afdrukken wilt laten maken, groter dan A-4. Dan gaat de voorkeur duidelijk uit naar een spiegelreflexcamera met meer dan 10 Megapixels.

 

Samenvatting

Wat het ook wordt: koop een bekend merk. Compactcamera’s zijn er globaal in de prijsklasse 100 tot 500 euro. Systeemcamera's varieren in prijs van 350 tot onder de 1000 euro, en spiegelreflexen in de klasse van vrijetijdsfotografen van 500 tot 1500 euro, gevolgd door de semi-professionele en professionele categorie. Alle waar ook in de fotografie naar z’n geld!

Koop een fotoblad of zoek contact met fotoclub

Maak een lijstje van uw wensen en ga er eens mee naar de fotovakhandel. Die zal u in de meeste gevallen verder kunnen helpen. Het is goed als u zich eerst verdiept en wat op internet rondkijkt. Of koop eens een fotoblad. Ten slotte kunnen ook de plaatselijke fotoclubs vaak heel goede adviezen geven.

Tip 25

Fotograferen 'by night'. Hoe doe je dat?

Foto's hierboven: een brug in Meppel, in een vrij lichte omgeving. Op de onderste van de twee foto's zijn tussen de spijlen van het brughek door enkele verlichtings- strepen van passerende auto's te zien.

Foto's hieronder: die rottige lantaarnpalen. Op beide foto's 'prikken' ze te veel. Maar het is wel een mooi contrast met het nachtelijk duister achter het bruggetje. Op de onderste foto is een streep te zien van de achterlichten van een passerende auto..

Heeft u wel eens gefotografeerd met een langere sluitertijd? Misschien leuk om eens te proberen, bijvoorbeeld wanneer u nachtopnamen wilt maken. Zoals macrofotografie een wereld op zich is, zo geldt dat ook voor fotograferen bij langere sluitertijden. Wat is lang? Laten we zeggen, meer dan 1 seconde...

Voor het maken van foto’s met een langere sluitertijd moet het driepootstatief mee. Daarop maakt u al uw opnamen. Daarnaast is het plezierig als uw camaera een zogenaamde B-stand heeft, op de tijdschaal. De B staat voor Bulb, waarmee u in de meeste gevallen net zo lang belicht als uw vinger de ontspanknop ingedrukt houdt. In echt donkere situaties kan de belichtingstijd oplopen tot tien seconden of nog meer, en daar gebruikt u dan de B-stand voor. In stedelijke situaties is vaak zo veel licht aanwezig van lantaarnverlichting, met in winkelstraten ook reclameverlichting dat de belichtingstijden meestal binnen de tien seconden blijven. Dat ligt er ook sterk aan hoe ver u van het verlichte onderwerp af staat, en hoe veel u eventueel inzoomt. Dat kunt u allemaal gaan uitzoeken.

Eerste foto in automaatstand

Om een indicatie te krijgen, hoe licht of donker een situatie is, kunt u een eerste foto op de automaatstand (P) maken. Daarna kunt u in de foto-informatie kijken hoe veel seconden de automaat er over deed. Als het nodig is om de Bulb-instelling te gebruiken, kies dan voor een vast diafragma. Belichtingstijden veranderen heeft alleen zin als u de onderlinge stappen steeds verdubbelt, dus 2, 4, 8, 16 seconden, etc. Bedenk dat de Histogram ‘s avonds heel andere informatie geeft (met de nadruk op het linker deel van de grafiek), dan bij normale omstandigheden.

Houd er rekening mee dat felle lichtbronnen het beeld flink kunnen beïnvloeden. Een lantaarnpaal vóór in uw beeld kan uw hele plaat verzieken. Pas ook op dat u niet fotografeert in het schijnsel van zo'n lantaarnpaal die vlak achter u staat. Door het oculair, het venstertje waar u door kijkt, kan licht invallen waardoor de belichtingsmeter beinvloed wordt. U kunt dit voorkomen door het oculair met een kapje af te sluiten dat zich aan uw draagriem bevindt, of gewoon het oculair met uw hoofd of uw lichaam af te schermen.

Rottige lantaarnpalen

Wat is leuk om te fotograferen? Verkeerssituaties kunnen heel interessant zijn, qua licht, zoals bijvoorbeeld een verkeersplein met flyers, rotondes, bruggen, en viaducten. Maar een vrijstaand huis, verlicht, in alle eenzaamheid, is visueel soms ook niet te versmaden. U zult merken dat het pittoreske straatje met die leuke geveltjes 's avonds veel moeilijker in beeld te brengen is dan overdag. U zit altijd met die rottige lantaarnpalen, waardoor u enorm beperkt wordt in uw mogelijkheden. En wat te denken van al dat verkeer? Er hoeft maar één fietser langs te komen en uw foto wordt ongevraagd voorzien van een hinderlijke streep, vooral bij lange belichtingstijden. Aan de andere kant, waarom niet van de nood een deugd maken? Vooral bij nat weer kan een foto van een niet al te groot maar wel druk kruispunt of een drukke weg een kleurrijk beeld opleveren van rode en gele strepen, veroorzaakt door verkeersdeelnemers én de reflectie van hun licht op de straat.

Tip 26

Portretrecht: vooral voor professionals...

Soms voelen mensen er echt niks voor om gefotografeerd te worden. Ze kunnen het je echter niet verbieden. Evenmin als ze je kunnen dwingen om de gemaakte foto's van je geheugen- kaartje te wissen! Fotograferen mag altijd, publiceren niet. Kijk uit wat je doet. In verreweg de meeste situaties hebben mensen er geen bezwaar tegen om - in de openbare ruimte - te worden gefotografeerd, maar de uitzondering bevestigt ook hier de regel...

Het doel van de meeste vrijetijds- fotografen tijdens publieke evene- menten, is om beelden te maken van mensen die zich van de camera niet bewust zijn. Dat levert vaak leuke plaatjes op.

Het maken van foto's van kinderen is een ander verhaal. Niet iedere ouder vindt het leuk als een wildvreemde zomaar foto's van zijn of haar kroost maakt. Vertel wat uw bedoeling is, en accepteer het als u geen 'toestemming' krijgt...

Soms zijn de reacties van mensen die gefotografeerd worden, uitgesproken sympathiek. Hieronder geven de herders van de schaapskudde van Holtinge (bij Havelte) het goede voorbeeld...

Kent u het portretrecht? Dat is een deel van de Auteurswet waar fotografen mee te maken hebben. In grote lijnen komt het portretrecht hierop neer:

Wanneer u een afbeelding van iemand wilt gebruiken, heeft u te maken met twee zaken: het portretrecht (de rechten van de geportretteerde), en het auteursrecht, waarin de rechten van de fotograaf worden genoemd. Het portretrecht is een bijzondere beperking van het auteursrecht. Geportretteerde personen hebben - onder bepaalde voorwaarden - het recht zich te verzetten tegen publicatie van hun portret - lees afbeelding.. Anderzijds heeft de fotograaf het auteursrecht op de door hem gemaakte foto van een persoon. Dat wil echter niet zeggen dat de fotograaf deze foto altijd mag publiceren...

Wel of niet in opdracht gemaakt

Bij het publiceren van een portret speelt de vraag of de foto in opdracht (van de geportretteerde) is gemaakt of niet. Is het portret in opdracht gemaakt, mag publicatie (dus ook exposeren) alleen met toestemming van de geportretteerde. Als het portret niet in opdracht is gemaakt, kan de geportretteerde zich alleen tegen publicatie verzetten als hij of zij daar een 'redelijk belang' bij heeft. Te denken valt hier aan privacy-overwegingen, of andere belangen. De rechter maakt in voorkomende gevallen uit welk belang zwaarder weegt: het recht op privacy of het recht op vrije meningsuiting.

Vrijetijdsfotograaf zonder commerciële belangen?

Het is goed om te weten dat ook commerciële belangen een rol spelen. Zo mag u het portret van een bekende persoonlijkheid alleen gebruiken voor reclamedoelen als hij of zij daar nadrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. U mag een portret van een Bekende Nederlander niet te koop aanbieden of gebruiken in een reclame. Alleen als u vrijetijdsfotograaf bent, en geen enkel commercieel doel nastreeft, en het portret alleen maar op uw site zet, is de kans groot dat de BN-er in kwestie geen redelijk belang heeft om publicatie op uw site tegen te gaan.

Zoals altijd: elke regel kent wel een uitzondering. Die heet: persvrijheid. Ook al is iemand nog zo bekend, hij of zij kan niet verhinderen dat zijn portret wordt gebruikt in journalistieke uitingen. Ook zonder toestemming mag zo’n portret worden gepubliceerd in kranten en tijdschriften, ook al geeft de persoon in kwestie daarvoor geen toestemming. Enige voorbehoud: er moet wel een journalistieke tekst bij. Iets anders wordt het verhaal wanneer de bekende geportretteerde belachelijk wordt gemaakt of onnodig wordt gekrenkt, want dan is er weer een redelijk belang bij het verbieden van de publicatie.

In telegramstijl

  • In de openbare ruimte heeft u volledige vrijheid om (personen) te fotograferen en de resultaten te publiceren, behalve:
  • ... als een dader of slachtoffer van een misdrijf niet in een publicatie wil worden afgebeeld;
  • ... als het portret van de afgebeelde persoon schadelijk kan zijn voor diens imago;
  • ... als de afgebeelde persoon in een publicatie wordt bespot. Het gaat dan niet zozeer om de bedoeling van de maker van het portret, maar om de vraag of de publicatie zo opgevat kan worden, ergo of iemand zich door de foto in zijn eer aangetast kan voelen;
  • ... als de afbeelding wordt gebruikt om reclame te maken voor een doel waar de afgebeelde persoon niet mee geidentificeerd wil worden.

Meer weten?

Op internet staan talloze verwijzingen naar informatieve websites over dit onderwerp. UItgebreide informatie vind je hier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tip 27

Vignettering voorkomen of corrigeren

 

Soms zie je van die foto’s, die in de hoeken wat donkerder zijn dan in het centrum van het beeld. Grote kans dat er dan sprake is van vignettering, ofwel lichtafval. In veruit de meeste gevallen wordt dat veroorzaakt door grote diafragma’s, in combinatie met een zonnekap of een filter op het objectief, vooral als dat een groothoekobjectief is, en wanneer de zonnekap oorspronkelijk bedoeld is voor een objectief met een minder grote beeldhoek. Bij vignettering ‘ziet’ het objectief nog net de randen van de zonnekap of het filter…

Vignettering kan dus voorkomen worden door filter en zonnekap die dat verschijnsel veroorzaken niet in die combinatie te gebruiken. Sommige beeldbewerkingsprogramma’s, zoals Lightroom - vanaf versie 2.0 - kunnen vignettering corrigeren.

Tip 28

Is de Compositieregel De Gulden Snede...

De beroemde Romeinse architect en theoreticus Vitruvius, die leefde in de eerste eeuw voor Christus, leert dat alle delen van de schepping op een logische, volmaakte manier tot elkaar in verhouding staan. Alle leven zou beantwoorden aan principes zoals symmetrie, elementaire wiskundige basisvormen zoals (vierkant en cirkel) en getalsverhoudingen (1:2, 1:3 enz.). Dus ook de mens, het meest volmaakte schepsel. In het streven naar volmaaktheid, perfectie, werden deze verhoudingen ook in de architectuur doorgevoerd. Zoals te zien is in bovenstaande afbeelding van Carvaggio, past een mens precies in een vierkant en een cirkel, als hij zijn armen en benen diagonaal spreidt. De navel is het middelpunt. Het lichaam bestaat uit acht gelijke delen: van de voet tot halverwege het scheenbeen, tot de knie, tot halverwege het bovenbeen, tot de lies, de navel, het midden van de borst, het hoofd, en het hoofd zelf.

Ieder beeld heeft inhoud. Elk beeldvlak is gevuld met beeldelementen die op een bepaalde manier zijn gerangschikt. Dat heet compositie.

In de beeldende kunst is compositie een middel om deze beeldelementen te ordenen, en een poging om orde te scheppen in de chaos. Er is niet slechts één compositie. Er zijn horizontale-, verticale-, diagonale en driehoekscomposities. En symmetrische- en asymmetrische composities, evenals centrale- en verspreide composities. En nog veel meer. In die zoektocht werd de Gulden Snede aanvankelijk gebruikt als de ideale verhouding van vormen tegenover elkaar. De Gulden Snede verdeelt het beeld in negen gelijke vlakken. Wanneer op de snijpunten van die vlakken in het beeld iets ‘gebeurt’ voldoet de compositie aan de Gulden Snede.

Regisseur van je beeld

Het voert veel te ver om daar dieper op in te gaan. Belangrijk is dat de fotograaf zich bewust is van zijn rol als rangschikker van beeldelementen, als regisseur van het beeld. En van de veelheid van mogelijkheden die er op dit gebied zijn. In diverse camera's is een raster van de Gulden Snede oproepbaar in het menu, zodat het zichtbaar is of wordt in de zoeker of viewer. Het kan dan worden gebruikt als hulpmiddel, bijvoorbeeld om te voorkomen dat onderwerpen te veel in het midden van het beeld worden geplaatst, of dat de horizon 'scheef' komt te staan.

De vraag is of de Gulden Snede voor hedendaagse fotografen nog wel interessant is...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tip 29

Nog wel van deze tijd? De diagonaal methode

Een schematische weergave van de diagonaal methode.

Voorbeeld van de Diagonaal Methode: in het kleinbeeldkader zijn twee vierkanten getekend, die elkaar in het midden overlappen. In beide vierkanten worden twee diagonalen getrokken. Details van afbeeldingen liggen vaak nauwkeurig op één of meer diagonalen.

In beelden van landschappen en architectuur levert de Diagonaal Methode door het ontbreken van details vaak niets op…

Voor meer informatie: zie www.diagonaalmethode.nl

Tip 30

In fotografie heb je maar twéé dimensies

Eigenlijk is het niet eerlijk. In het dagelijks leven ‘zien’ en ervaren we drie dimensies, in de fotografie maar twéé. Diepte, dat is wat we in de fotografie missen. Een foto is een plat vlak. Hoezeer wij ook geleerd hebben om die diepte er ‘bij’ te denken...

Wat zijn dimensies eigenlijk? Natuurkundige begrippen die een aanduiding geven over de ruimtelijke eigenschappen van een voorwerp. Er zijn zichtbare dimensies en ruimtelijke dimensies, drie in totaal, die beginnen bij de eerste dimensie. Een lijn is eendimensionaal want hij heeft alleen een lengte, een breedte of een hoogte. In de tweede dimensie vinden we platte vlakken. Een vlak heeft drie mogelijkheden, met een lengte en een breedte, een lengte en een diepte of een diepte en een breedte. Een lichaam – ieder voorwerp dat een volume heeft - is driedimensionaal, met een lengte, een breedte én een hoogte. Omdat onze ogen diepte kunnen zien, ervaren we de wereld om ons heen als driedimensionaal...

Zie ookTip 20.

Powered by CouchCMS